Meet Fie-Trude, a fictional time traveler with a deeply human soul. Her short stories are mostly inspired by real-life experiences, sometimes reimagined in different time periods — creating space for wonder, recognition, and a touch of humor.

Each story is a small journey, both backward and forward, gently inviting you to pause. Not just to reflect on what was, but to consider what could still be.

Because between the lines, there’s always a message — for those slow enough to truly read it.

  • Fie-trude had barely landed in Tokyo when she had already racked up three culture shocks, two jetlags, and one failed attempt at ordering a green smoothie. The city sparkled, beeped, blinked, and made noises she was pretty sure were illegal in Belgium after 10 PM.

    She was walking through Shibuya, beneath a towering advertisement featuring a singing cat in a glitter suit, when suddenly—vwoom!—a kart pulled up next to her at the traffic light.

    A kart. Not just any kart. A man dressed as Mario, complete with cardboard mustache and plastic banana in hand, turned his head toward her and gave a friendly nod.

    Behind him were Luigi, Peach, and—yes, really—a full-grown man in a Doraemon costume with a GoPro strapped to his forehead. All in karts. On public roads. Amid taxis, Teslas, and a minibus with karaoke lighting inside.

    Fie-trude froze in place.

    As if it wasn’t surreal enough, Mario pulled off his glove, took out his phone, and started doing a TikTok dance—in the kart—while waiting for the light to turn green. Peach joined in. Luigi looked dead serious, as if this were a matter of life and death. Meanwhile, Doraemon was livestreaming to his 400,000 followers.

    “In Europe, you need a helmet just to bike to the bakery,” she muttered. “And here? Here you can apparently race down the highway in a stroller on wheels dressed as a fictional character, armed with a banana.”

    She turned around and walked straight into a cat café, where she accidentally paid 900 yen to pet a cat named Mochi-sama while a waiter in a corn-on-the-cob costume brought her a smoothie glowing with firefly lights.

    “Japan isn’t a country,” she later wrote in her travel journal, “it’s a parallel universe where no one has ever thought: ‘Maybe this is a bit too much.’”

    And she absolutely loved the culture shocks.

    🇧🇪 De Kart van Cultuurschok

    Fie-trude was nog maar net geland in Tokyo of ze had al drie cultuurschokken, twee jetlags en een mislukte poging tot het bestellen van een groene smoothie achter de rug. De stad blonk, piepte, knipperde en maakte geluiden waarvan ze zeker wist dat ze in België verboden zouden zijn na 22:00.

    Ze liep door Shibuya, onder een metershoge reclame met een zingende kat in glitterpak, toen ze plots vwoem! een kart naast zich hoorde stoppen aan het stoplicht.

    Een kart. Niet zomaar een kart. Een man verkleed als Mario, compleet met kartonnen snor en plastic banaan in de hand, draaide zijn hoofd naar haar en knikte vriendelijk.

    Daarachter stonden Luigi, Peach, én — jawel — een volwassen man in een Doraemon-pak met een GoPro op zijn voorhoofd. Allemaal in karts. Op de openbare weg. Tussen taxi’s, Teslas en een minibus met karaokeverlichting binnenin.

    Fie-trude bleef stokstijf staan.

    Alsof het niet gek genoeg was, trok Mario zijn handschoen uit, pakte zijn telefoon, en begon — tijdens het wachten op groen — een TikTok dansje te doen, in de kart. Peach deed mee. Luigi keek serieus, alsof het hier om leven of dood ging. Doraemon was ondertussen live aan het streamen naar zijn 400.000 volgers.

    In Europa moet je nog een helm op als je met de fiets naar de bakker gaat,” mompelde ze. “En hier? Hier mag je blijkbaar als fictief personage in een kinderwagen op wielen over de snelweg racen met een banaan als wapen.

    Ze draaide zich om en liep recht een kattencafé binnen, waar ze per ongeluk 900 yen betaalde om een kat genaamd Mochi-sama te aaien terwijl een ober in een maïskolfkostuum haar een smoothie bracht met glimwormverlichting.

    “Japan is geen land,” schreef ze later in haar reisdagboek, “het is een parallel universum waar niemand ooit gedacht heeft: ‘Misschien is dit een beetje té veel.’”

    En ze vond de cultuurschokken…. geweldig!

  • Fie-trude had been lying on her hotel bed, scrolling through her phone (which she still couldn’t set to Japanese without erasing everything), when she came across an article:

    “TOP 5 THINGS TO DO IN TOKYO: Number 2 – the Robot Café in Shinjuku.”

    The fact that “robot” and “café” appeared in the same sentence was already troubling. But hey, Fie-trude was traveling to broaden her horizons. Or at the very least, to have something to talk about when she got back home.

    So there she was, three hours later, standing in front of a building that looked like a pinball machine had crashed into a rave.

    Outside stood a woman in a silver bikini with LED lights on her head and a smile that could only have been battery-powered. “WELCOME ROBOT CAFE!” she yelled.

    Fie-trude nodded politely and muttered, “Uh… one hot chocolate, please?”

    She was led inside through a hallway full of smoke machines, lasers, and what appeared to be a hologram of a panda in a spaceship. She was assigned a seat—right between a German tourist with a camera bigger than his head and a Japanese girl dressed as an octopus.

    Suddenly, the show began.

    Two four-meter-tall robots rolled onto the stage, complete with drums, neon guns, and dancing animatronic dinosaurs. The lights flashed like the apocalypse was having a party, and the music vibrated so deeply that Fie-trude briefly wondered if her kidneys had relocated.

    A robot—with sunglasses and a serving tray—zipped over to her. On the tray: her hot chocolate, with foam shaped like a cat… that was breathing. The cat. Was breathing. In her drink.

    “Good heavens…” Fie-trude whispered as she took a sip. It tasted like chocolate, motor oil, and existentialism.

    She wasn’t sure whether she was fainting from confusion or just reacting to the strobe lights.

    She pulled out her journal:

    “DAY 4 IN TOKYO:

    Was served today by a robot with a six-pack and lasers coming out of his nipples.

    Hot chocolate was lukewarm. Experience was blazing.

    Belgium is not ready for this.”

    When a robot in a thong started tap-dancing to “Gangnam Style,” Fie-trude decided that tomorrow, she’d just go to a garden.

    A garden. With trees. No WiFi.

    Or so she thought.

    🇧🇪 De hot-chocolate van de Toekomst

    Fie-trude had op haar hotelbed liggen scrollen op haar telefoon (die ze nog steeds niet kon instellen op het Japans zonder alles kwijt te spelen) toen ze een artikel las:

    “TOP 5 DINGEN DIE JE MOET DOEN IN TOKYO: Numéro 2 – het Robot Café in Shinjuku.”

    Dat “robot” en “café” in één zin stonden, vond ze al verontrustend. Maar hé, Fie-trude was op reis om haar horizon te verruimen. Of op z’n minst iets te doen waarover ze thuis iets kon vertellen.

    Dus daar stond ze, drie uur later, voor een gebouw dat eruitzag alsof een flipperkast en een rave in elkaar waren gereden.

    Buiten stond een vrouw in een zilveren bikini met LED-lampjes op haar hoofd en een glimlach die alleen maar door batterijen kon worden aangedreven. “WELCOME ROBOT CAFE!” riep ze.

    Fie-trude knikte beleefd en mompelde: “Euh… één hot chocolate graag?”

    Ze werd naar binnen geleid via een gang vol rookmachines, lasers, en wat leek op een hologram van een panda in een spaceshuttle. Ze kreeg een stoel toegewezen, exact tussen een Duitse toerist met een camera groter dan zijn hoofd en een Japans meisje verkleed als octopus.

    Plots begon de show.

    Twee vier meter hoge robots kwamen het podium opgereden, compleet met trommels, neongeweren en dansende animatronic-dino’s. De lichten flitsten alsof het einde der tijden aangebroken was en de muziek trilde zo diep dat Fie-trude even dacht dat haar nieren waren verhuisd.

    Een robot – met een zonnebril en een dienblad – zoefde naar haar toe. Op het blad: haar hot chocolate, met schuim in de vorm van een kat… die ademde. De kat. Ademde. In haar koffie.

    “Allemachtig…” fluisterde Fie-trude, terwijl ze een slok nam. Het smaakte naar chocolade, motorolie en existentialisme.

    Even twijfelde ze of ze flauwviel van verwarring of gewoon last had van de stroboscoop.

    Ze haalde haar dagboek boven:

    “DAG 4 IN TOKYO:

    Werd vandaag bediend door een robot met een sixpack en lasers uit zijn tepels.

    Hot chocolate was lauw. Beleving was heet.

    België is hierop niet voorbereid.”

    Toen een robot in string begon te tapdansen op ‘Gangnam Style’, besloot Fie-trude dat ze voor de zekerheid morgen gewoon naar een tuin ging. Een tuin. Met bomen. Zonder WiFi.

    Of zo dacht ze toch.

  • On a sunny Tuesday in Kyoto, Fie-Trude did what every self-respecting tourist with questionable balance eventually does: she rented a bicycle.

    Armed with a paper map, a slightly squeaky bell, and a mild fear of left-hand traffic, she bravely pedaled her way through quiet streets, past wooden houses, weeping cherry trees, and one very startled cat.

    Eventually, she arrived at a hidden Zen temple — one of those places not in any guidebook, with no selfie sticks, no bus tours, no matcha ice cream vendors. Just stillness. Moss. Bamboo. A koi pond so silent it could’ve been painted.

    Fie-Trude parked her bike with exaggerated reverence, tiptoed past a stone lantern, and sat on a wooden platform overlooking a rock garden — all raked to perfection. The kind of place that makes you feel like even your thoughts are being too loud.

    She inhaled deeply.

    “This,” she thought, “is peace. I am one with the gravel.”

    Suddenly — rustling.

    From behind a grove of bamboo, a figure emerged. A monk. Robes. Sandals. Serene face. Possibly centuries old. Or just very well moisturized.

    He looked at Fie-Trude.

    Then at the raked gravel.

    Then back at Fie-Trude.

    She smiled politely, unsure whether to bow, nod, or just evaporate.

    He tilted his head slightly, as if trying to read her thoughts.

    What he saw was a European woman wearing sporty sneakers, holding a reusable water bottle, and internally debating whether the gravel patterns represented waves… or if she was just really dehydrated.

    The monk stepped closer. Still silent.

    Finally, Fie-Trude whispered, “Is this… the path to enlightenment?”

    He squinted, paused… and then replied, slowly:

    “Bike rental is that way.”

    He pointed toward the exit.

    Fie-Trude nodded solemnly. “Thank you, wise one.”

    As she pedaled off, past the bamboo and back into reality, she wasn’t sure if she’d just been gently redirected…

    …or spiritually rebooted.

    Either way, she didn’t ask for her deposit back.

    The End.

    🇧🇪 Zen en de kunst van Europese verwarring

    Op een zonnige dinsdagochtend in Kyoto deed Fie-Trude wat elke toerist met een twijfelachtige balans uiteindelijk doet: ze huurde een fiets.

    Gewapend met een papieren kaart, een licht piepende bel en een lichte paniek over het links rijden, trapte ze dapper door stille straatjes, langs houten huisjes, wuivende kersenbomen en een kat die er duidelijk níet op gerekend had dat er plots een Europese vrouw op twee wielen voorbij zou zoeven.

    Uiteindelijk kwam ze aan bij een verborgen zen-tempel — zo’n plek die je niet in de folders vindt, zonder selfie-sticks, busgroepen of matcha-ijskraampjes. Alleen stilte. Mos. Bamboe. Een koi-vijver zo stil dat het leek alsof hij was geschilderd.

    Fie-Trude parkeerde haar fiets plechtig, sloop op sokken voorbij een stenen lantaarn en ging zitten op een houten veranda met uitzicht op een perfect geharkt rotstuin. Zo’n plek waar zelfs je gedachten te luid klinken.

    Ze haalde diep adem.

    “Dit is rust. Ik ben één met het grind.”

    Plotseling — geritsel.

    Uit het bamboebosje kwam een figuur tevoorschijn. Een monnik. Gewaad. Sandalen. Een serene blik. Misschien eeuwenoud. Of gewoon heel goed gehydrateerd.

    Hij keek naar Fie-Trude.

    Toen naar het geharkte grind.

    En weer terug naar Fie-Trude.

    Ze glimlachte voorzichtig, niet zeker of ze moest buigen, knikken, of gewoon verdwijnen.

    Hij kantelde zijn hoofd een beetje, alsof hij haar gedachten probeerde te lezen.

    Wat hij zag was een Europese vrouw op sportieve sneakers, met een herbruikbare waterfles in haar hand, en waarschijnlijk aan het twijfelen of die patronen in het grind nu golven waren… of dat ze gewoon erg dorstig was.

    De monnik stapte dichterbij. Nog steeds zwijgend.

    Eindelijk fluisterde Fie-Trude: “Is dit… het pad naar verlichting?”

    Hij knipperde, dacht even na… en zei toen langzaam:

    “Fietsverhuur is die kant op.”

    Hij wees naar de uitgang.

    Fie-Trude knikte plechtig. “Dank u, wijze.”

    Terwijl ze wegtrapte, voorbij de bamboe en terug de realiteit in, wist ze niet zeker of ze zojuist zachtjes was teruggestuurd…

    …of spiritueel was herstart.

    Hoe dan ook: ze vroeg haar borg niet terug.

    Einde.

  • Fie-Trude had made up her mind: today was the day she would ride the Shinkansen — Japan’s famous bullet train. Sleek, silent, and faster than her thoughts after two glasses of cava.

    She arrived at Tokyo Station, where everything beeped, blinked, and moved with such intensity that she briefly wondered if she was already on the train without knowing it. Signs everywhere. People everywhere. And there, glowing under fluorescent lights in a small glass booth: the ticket man.

    She stepped up.

    “Hello,” Fie-Trude said cheerfully. “One ticket to Kyoto, please. On the fast train.”

    The man nodded.

    Then he spoke.

    At least… she thought he did.

    What Fie-Trude heard was:

    “Mrrr-shin-kahhhhn… rezzabato… chi-hhhhhffff… okay?”

    All of it muffled behind a face mask that seemed to serve not just as protection, but also as an acoustic black hole.

    “I’m sorry, what?”

    He repeated it. Slower. Louder.

    Still sounded like he was speaking through a steaming rice cooker underwater.

    A small slip of paper slid under the glass.

    On it:

    「予約?」

    Fie-Trude stared at it. Then at him.

    Was this a question? A password? A quiz ?

    She tried: “Yes?”

    The man beamed, nodded enthusiastically, and began typing like a caffeinated octopus. He turned the screen toward her. An explosion of options appeared: departure times, car types, seat selections, and a mysterious phrase:

    Green Car: Yes/No?

    Fie-Trude blinked. Green car? Is it electric? Do I get matcha with that?

    “Uh… No?”

    He looked mildly disappointed but continued.

    Five minutes and several near-mistakes later — including an almost-ticket to Sapporo — she finally got her ticket. She held it like it was a prize from a game show. She had no idea what half of it meant, but it had the word “Kyoto” and a time.

    “I did it!” she said proudly.

    The man nodded.

    And mumbled something that sounded like:

    “Goodo rushu.”

    She smiled politely.

    And thought: No idea what he just said. But I’m about to travel 320 km/h in the right direction. Unless I end up in the Green Car… with a bento and regrets.

    The End.

    (Next day: Fie-Trude learns that “unreserved seat” means “standing between two vending machines next to a man eating shrimp crackers at 300 km/h.”)

    🇧🇪Titel: Shinkansen-Shock en de Mompelmuur

    Fie-Trude had besloten: vandaag ging ze met de Shinkansen. De supersnelle trein. De trots van Japan. Sierlijk, efficiënt, en sneller dan haar gedachten op na twee glazen wijn.

    Ze arriveerde in het treinstation van Tokio, waar alles flitste, piepte, en bewoog met een snelheid die haar deed twijfelen of ze misschien per ongeluk al op de trein zat. Overal borden, overal mensen. En daar, in een glazen hokje met fel TL-licht: de kaartjesverkoper.

    Ze schuifelde naar het loket.

    “Hello,” zei Fie-Trude, opgewekt en vriendelijk. “I would like one ticket to Kyoto. On the fast train.”

    De man knikte.

    Toen sprak hij.

    Of tenminste… dat dacht ze.

    Wat Fie-Trude hoorde, was:

    “Huh-muh-shinka-hmmm…resabato…chi-hhhhffff-ffff… okay?”

    Onder een mondmasker dat de helft van zijn gezicht bedekte en de andere helft in mysterieuze nevel hulde.

    Ze glimlachte. “I’m sorry, what?”

    Hij herhaalde het, iets trager, iets luider.

    Maar nog steeds klonk het alsof hij sprak door een aquarium gevuld met sojasaus.

    Er verscheen een klein papiertje onder het loket.

    Daarop stond:

    「予約?」

    Ze keek hem aan. Hij keek haar aan.

    Zij dacht: Is dat het ticket? Is het een quiz? Moet ik iets antwoorden?

    Ze probeerde: “Yes?”

    Hij knikte uitbundig, tikte driftig op zijn toetsenbord, en draaide zijn scherm naar haar toe. Daarop een doolhof aan treinopties, tijden, hokjes, stoelen, en de mysterieuze zin:

    Green Car: Yes/No?

    Fie-Trude dacht: Groene auto? Is dat ecologisch? Of krijg je dan matcha?

    “Euh… No?”

    De man keek teleurgesteld, maar klikte verder.

    Vijf minuten later — na veel geknik, gegiechel en een moment waarop ze per ongeluk bijna een ticket naar Sapporo had gekocht — kreeg ze haar ticket. Ze keek er trots naar, alsof ze net haar rijbewijs had gehaald in het Japans.

    “I did it!” riep ze blij.

    De man knikte.

    En mompelde iets wat klonk als: “Goodo rushu!”

    Ze lachte vriendelijk.

    En dacht: Geen idee wat hij net zei. Maar ik ga nu 320 km per uur recht vooruit en niemand die me nog tegenhoudt. Behalve misschien het toilet met knopjes.

    Einde.

    (Volgende dag: Fie-Trude leert het verschil tussen “reserved seat” en “standing in between two vending machines.”)

  • Fie-Trude had already experienced quite a bit in Japan: whispering slippers, bowing strangers, and even a casual earthquake. But nothing — absolutely nothing — could have prepared her for the moment she encountered her first Japanese toilet.

    It happened in a charming little café in Kyoto. All went normally at first. She did what one does.

    And then… she turned around to flush.

    That’s when she saw it.

    Twenty-six buttons.

    With icons ranging from water drops to flowers to something that looked suspiciously like a rocket launch.

    She stared. “Why does this toilet have more features than my washing machine? Is this the control panel for a satellite?”

    Carefully, she pressed a button with a little water droplet.

    Suddenly — a jet of water shot upward with military precision.

    Fie-Trude leapt back, nearly knocking over the toilet brush. She panicked and hit another button — cheerful music began to play, followed by a warm gust of air caressing her behind.

    “Oh come on! Am I in a shampoo commercial?”

    Desperately trying to stop the madness, she hit a button with a flower on it.

    The toilet began to speak. In polite, calm Japanese.

    “Is it… scolding me? Or offering life advice?” she wondered, backing slowly toward the door.

    One more random button.

    Everything stopped.

    Silence. Blessed, fragrant silence.

    Just as she exhaled, the lid slowly closed, the bowl self-cleaned, a pleasant puff of lavender filled the air — and somewhere in the distance, a chime played that sounded suspiciously like applause.

    She returned to her table, wide-eyed but composed.

    “I may have just accidentally enrolled your toilet in a spa day,” she told the waiter. “It seems quite refreshed.”

    The End.

    (Next day: Fie-Trude buys a pocket phrasebook. First word she looks up: “Stop.”)

    🇧🇪 Kyoto: Knopjespaniek in porselein paleis.

    Fie-Trude had al veel meegemaakt in Japan: schuifelende treinen, fluisterende slippers, een dansende aardbeving. Maar niets — niets — had haar voorbereid op wat ze aantrof op het toilet van een gezellig café in Kyoto.

    Ze deed netjes haar ding, zoals een mens dat doet. Maar toen kwam het moment van… afronding. Ze draaide zich om en keek naar het bedieningspaneel.

    Zesentwintig knopjes.

    Met icoontjes die varieerden van een golfje tot een bloemetje tot iets dat eruitzag als… een lanceerknop van een raket?

    Ze fronste. “Wat is dit? De cockpit van een ruimteschip? Waarom heeft het toilet meer opties dan mijn oven?”

    Ze drukte voorzichtig op een knop met een druppel. Plots: een straal water schoot met militaire precisie omhoog. Fie-Trude schrok zo hard dat ze tegen de muur sprong. Ze drukte op een andere knop — er klonk een riedeltje, en warme lucht begon haar onderkant te föhnen.

    “Maar allé, ik ben toch geen haardrogerreclame!”

    In paniek probeerde ze het geheel stop te zetten. Ze drukte op een knop met een bloem. Plots begon het toilet zélf te praten. In het Japans. Vriendelijk, maar beslist.

    “Moet ik me nu excuseren?” dacht Fie-Trude. “Of is dit een digitale biechtstoel?”

    Ze drukte nog één willekeurige knop. Alles stopte.

    Opluchting. Stilte.

    Tot… het deksel zich automatisch sloot en het toilet zichzelf begon te spoelen, reinigen en… parfum verspreiden.

    Toen ze terug in het café kwam, zei ze tegen de ober:

    “Excuseer, ik heb per ongeluk jullie toilet een full-body spa gegeven. Hij lijkt gelukkig wel tevreden.”

    Einde.

    (Volgende dag: Fie-Trude koopt een boekje Japans voor beginners. Eerste woord dat ze opzoekt: “Stop.”)