Meet Fie-Trude, a fictional time traveler with a deeply human soul. Her short stories are mostly inspired by real-life experiences, sometimes reimagined in different time periods — creating space for wonder, recognition, and a touch of humor.

Each story is a small journey, both backward and forward, gently inviting you to pause. Not just to reflect on what was, but to consider what could still be.

Because between the lines, there’s always a message — for those slow enough to truly read it.

The sun hung like a glowing pizza above Monument Valley, and Fie-trude was riding along an empty, dusty road where only tumbleweeds and country radio kept her company. Her hair was a total mess, and her thoughts wandered somewhere between “Maybe I should learn how to throw a lasso” and “How much sand can a person actually collect in her bra?”

Suddenly—horses.

Behind a wooden fence, in the middle of the red-brown nothingness, hidden by a giant dust cloud. Sand-colored, with eyes that said: “Yeah, we’re not your regular horses.”

She stopped. She got out. She walked closer.

And then, as if Netflix had staged the entire scene, he appeared: an old man, half-hidden behind a rock, wearing a leather hat, braids, and a look that said: “I don’t say much, but when I do, it’s worth remembering.”

“You wanna ride?” he asked.

Fie-trude nodded without thinking. “Sure.”

He grabbed his lasso, swung it like he could catch the wind itself, and with a single move, reeled in two horses. One of them was golden, shining like a sunset on four legs.

He pointed at it. “That one’s yours. Bit lively.”

She walked up to it. The animal looked at her with the kind of gaze only a horse can have when it’s silently judging tourists. She put her foot in the stirrup and, in one smooth motion, landed right in the saddle.

The man nodded approvingly, seemingly starting his “pre-flight checklist.”

“This is a stirrup. And this…”

Fie-trude raised an eyebrow.

“Seriously? What’s next? ‘This is a cactus?’

He laughed. Or no—his shoulders moved. Maybe that was his version of laughing.

And then… he just took off. Full gallop.

No explanations, no helmet, no “Ready to go?” Just whoosh.

Fie-trude gave her golden horse a nudge.

But that beast had other plans.

It started bucking.

Not once. Not twice. No, for a full five minutes of jumps, spins, hops, airy leg kicks, and occasional sideways leaps as if it was auditioning for the Olympics.

Fie-trude stayed on. Back straight. Jaw tight. Inner cursing politely swallowed.

The man glanced back and started chuckling.

“Ah, you’re still on!”

“Yeah,” she shouted back, “and all I can think is: if I hit the ground now, I’ll disappear under all this dust!”

Sunfire—because apparently that was the name of her golden companion—decided she was worthy.

And suddenly, they went.

Really went. In gallop, through a landscape that looked like a scene straight out of a John Wayne film.

The sky turned redder, the sand flew up, and Fie-trude felt like she was in the middle of a western—only no one had given her the script.

The man rode up beside her.

“Most people scream.”

“Don’t have time for that,” she said, “I’m busy making sure I keep breathing.”

This time, he really laughed. A soft, warm laugh. And Fie-trude felt something special: this was no tourist ride anymore.

DAY 3 IN THE US

Never rode this fast without an engine.

My horses back home would’ve packed their bags after three meters.

This beast bucked as if it was testing me.

And I passed.

Or at least: I’m still in one piece.

When they stopped at a rocky lookout point, he stayed silent for a moment. Then he said:

“Good rider. Strong seat.”

She nodded. “You’re not bad yourself.”

He grinned, and then, as if someone had opened the floodgates, he finally started talking like a waterfall…

I suppose…

“An old soul opens like an old door: only for those who knock with patience and show their true intent.”

← [Back to homepage](https://timeless-quest.com)

🇧🇪 Fie-trude en de Gouden Galop

De zon hing als een gloeiende pizza boven Monument Valley, en Fie-trude reed over een lege, zeer stoffige weg waar enkel tumbleweeds en countryradio haar gezelschap hielden. Haar haar was een warboel en haar gedachten gingen ergens tussen “Misschien moet ik leren lasso werpen” en “Hoeveel zand kan een mens eigenlijk in haar BH verzamelen?”

Plots — paarden.

Achter een houten hek, midden in het roodbruine niets achter een gigantische stofwolk. Zandkleurig, stoer, met ogen die zeiden: “Ja, wij zijn andere paarden dan wat jij gewoon bent.”

Ze stopte. Ze stapte uit. Ze wandelde dichterbij.

En toen, alsof het allemaal in scène was gezet door Netflix, kwam hij tevoorschijn: een oude man, deels verscholen achter een rots, met een leren hoed, vlechten, en een blik die riep: “Ik zeg niet veel, maar als ik iets zeg, is het memorabel.”

“You wanna ride?” vroeg hij.

Fie-trude knikte zonder nadenken. “Tuurlijk.”

Hij pakte zijn lasso, gooide ermee alsof hij de wind zelf kon vangen, en haalde in één beweging twee paarden binnen. Eén ervan was goudkleurig, glanzend als een zonsondergang op vier poten.

Hij wees erop. “That one’s yours. Bit lively.”

Ze stapte ernaartoe. Het beest keek haar aan met de blik van een paard dat duidelijk zijn eigen mening had over toeristen. Ze zette haar voet in de stijgbeugel en zat, in één vlotte beweging, recht in het zadel.

De man knikte goedkeurend en leek te beginnen aan zijn “before-take-off-list”. “This is a stirrup.” And this…

Fie-trude trok haar wenkbrauw op.

“Serieus? Wat komt hierna? ‘This is a cactus?’

Hij lachte. Of nee — zijn schouders bewogen. Dat was wellicht zijn versie van lachen.

En toen… vertrok hij. In volle galop.

Geen uitleg, geen helm, geen ‘klaar voor vertrek?’ Gewoon: foetsjie.

Fie-trude gaf haar gouden paard een porretje.

Maar dat beest had andere plannen.

Het begon te bokken.

Niet één keer. Niet twee keer. Nee, vijf volle minuten aan sprongen, draaien, hupsen, luchtige beenkicks en occasionele zijsprongen alsof hij auditie deed voor de Olympische Spelen.

Fie-trude hield zich recht. Rug recht. Kaken stevig. Innerlijke vloek netjes ingeslikt.

De man keek achterom en begon te grinniken.

“Ah, you’re still on!”

“Ja,” riep ze terug, “en al denkend: als ik nu tegen de vlakte ga, ben ik verdwenen onder al het stof”!

Sunfire — want zo heette haar goudkleurige metgezel blijkbaar — besloot toen dat ze waardig was.

En ineens gingen ze.

Echt gingen. In galop, door een landschap dat op een scène van een John Wayne film leek.

De lucht werd roder, het zand vloog op, en Fie-trude voelde zich alsof ze midden in een western zat, alleen had niemand haar het script gegeven.

De man kwam naast haar rijden.

“Most people scream.”

“’k Heb daar geen tijd voor,” zei ze, “ik moet zien dat ik blijf ademen.”

Hij lachte nu écht. Een zachte, warme lach. En Fie-trude voelde iets bijzonders: dit was geen toeristische tocht meer. 

DAG 3 IN DE VS

Nog nooit zo snel gereden zonder motor.

Mijn paarden thuis zouden hier na drie meter al hun valies gemaakt hebben.

Dit beest bokte alsof hij mij testte.

En ik slaagde.

Of toch: ik ben nog heel.

Toen ze stopten op een rotsachtig uitkijkpunt, zweeg hij even. Toen zei hij:

“Good rider. Strong seat.”

Zij knikte. “Jij ook niet slecht.”

Hij grijnsde, maar aanvullend begon hij eindelijk te praten alsof het een waterval was waarvan men net de deursluizen had open gezet….

Ik veronderstel….

“Een ouder mens opent zich zoals een oude deur: alleen voor wie geduldig klopt en zijn bedoelingen toont.”

← [Back to homepage](https://timeless-quest.com)

Posted in

Leave a comment