
On a sunny Tuesday in Kyoto, Fie-Trude did what every self-respecting tourist with questionable balance eventually does: she rented a bicycle.
Armed with a paper map, a slightly squeaky bell, and a mild fear of left-hand traffic, she bravely pedaled her way through quiet streets, past wooden houses, weeping cherry trees, and one very startled cat.
Eventually, she arrived at a hidden Zen temple — one of those places not in any guidebook, with no selfie sticks, no bus tours, no matcha ice cream vendors. Just stillness. Moss. Bamboo. A koi pond so silent it could’ve been painted.
Fie-Trude parked her bike with exaggerated reverence, tiptoed past a stone lantern, and sat on a wooden platform overlooking a rock garden — all raked to perfection. The kind of place that makes you feel like even your thoughts are being too loud.
She inhaled deeply.
“This,” she thought, “is peace. I am one with the gravel.”
Suddenly — rustling.
From behind a grove of bamboo, a figure emerged. A monk. Robes. Sandals. Serene face. Possibly centuries old. Or just very well moisturized.
He looked at Fie-Trude.
Then at the raked gravel.
Then back at Fie-Trude.
She smiled politely, unsure whether to bow, nod, or just evaporate.
He tilted his head slightly, as if trying to read her thoughts.
What he saw was a European woman wearing sporty sneakers, holding a reusable water bottle, and internally debating whether the gravel patterns represented waves… or if she was just really dehydrated.
The monk stepped closer. Still silent.
Finally, Fie-Trude whispered, “Is this… the path to enlightenment?”
He squinted, paused… and then replied, slowly:
“Bike rental is that way.”
He pointed toward the exit.
Fie-Trude nodded solemnly. “Thank you, wise one.”
As she pedaled off, past the bamboo and back into reality, she wasn’t sure if she’d just been gently redirected…
…or spiritually rebooted.
Either way, she didn’t ask for her deposit back.
The End.
🇧🇪 Zen en de kunst van Europese verwarring
Op een zonnige dinsdagochtend in Kyoto deed Fie-Trude wat elke toerist met een twijfelachtige balans uiteindelijk doet: ze huurde een fiets.
Gewapend met een papieren kaart, een licht piepende bel en een lichte paniek over het links rijden, trapte ze dapper door stille straatjes, langs houten huisjes, wuivende kersenbomen en een kat die er duidelijk níet op gerekend had dat er plots een Europese vrouw op twee wielen voorbij zou zoeven.
Uiteindelijk kwam ze aan bij een verborgen zen-tempel — zo’n plek die je niet in de folders vindt, zonder selfie-sticks, busgroepen of matcha-ijskraampjes. Alleen stilte. Mos. Bamboe. Een koi-vijver zo stil dat het leek alsof hij was geschilderd.
Fie-Trude parkeerde haar fiets plechtig, sloop op sokken voorbij een stenen lantaarn en ging zitten op een houten veranda met uitzicht op een perfect geharkt rotstuin. Zo’n plek waar zelfs je gedachten te luid klinken.
Ze haalde diep adem.
“Dit is rust. Ik ben één met het grind.”
Plotseling — geritsel.
Uit het bamboebosje kwam een figuur tevoorschijn. Een monnik. Gewaad. Sandalen. Een serene blik. Misschien eeuwenoud. Of gewoon heel goed gehydrateerd.
Hij keek naar Fie-Trude.
Toen naar het geharkte grind.
En weer terug naar Fie-Trude.
Ze glimlachte voorzichtig, niet zeker of ze moest buigen, knikken, of gewoon verdwijnen.
Hij kantelde zijn hoofd een beetje, alsof hij haar gedachten probeerde te lezen.
Wat hij zag was een Europese vrouw op sportieve sneakers, met een herbruikbare waterfles in haar hand, en waarschijnlijk aan het twijfelen of die patronen in het grind nu golven waren… of dat ze gewoon erg dorstig was.
De monnik stapte dichterbij. Nog steeds zwijgend.
Eindelijk fluisterde Fie-Trude: “Is dit… het pad naar verlichting?”
Hij knipperde, dacht even na… en zei toen langzaam:
“Fietsverhuur is die kant op.”
Hij wees naar de uitgang.
Fie-Trude knikte plechtig. “Dank u, wijze.”
Terwijl ze wegtrapte, voorbij de bamboe en terug de realiteit in, wist ze niet zeker of ze zojuist zachtjes was teruggestuurd…
…of spiritueel was herstart.
Hoe dan ook: ze vroeg haar borg niet terug.
Einde.
Leave a comment