
Fie-Trude had made up her mind: today was the day she would ride the Shinkansen — Japan’s famous bullet train. Sleek, silent, and faster than her thoughts after two glasses of cava.
She arrived at Tokyo Station, where everything beeped, blinked, and moved with such intensity that she briefly wondered if she was already on the train without knowing it. Signs everywhere. People everywhere. And there, glowing under fluorescent lights in a small glass booth: the ticket man.
She stepped up.
“Hello,” Fie-Trude said cheerfully. “One ticket to Kyoto, please. On the fast train.”
The man nodded.
Then he spoke.
At least… she thought he did.
What Fie-Trude heard was:
“Mrrr-shin-kahhhhn… rezzabato… chi-hhhhhffff… okay?”
All of it muffled behind a face mask that seemed to serve not just as protection, but also as an acoustic black hole.
“I’m sorry, what?”
He repeated it. Slower. Louder.
Still sounded like he was speaking through a steaming rice cooker underwater.
A small slip of paper slid under the glass.
On it:
「予約?」
Fie-Trude stared at it. Then at him.
Was this a question? A password? A quiz ?
She tried: “Yes?”
The man beamed, nodded enthusiastically, and began typing like a caffeinated octopus. He turned the screen toward her. An explosion of options appeared: departure times, car types, seat selections, and a mysterious phrase:
Green Car: Yes/No?
Fie-Trude blinked. Green car? Is it electric? Do I get matcha with that?
“Uh… No?”
He looked mildly disappointed but continued.
Five minutes and several near-mistakes later — including an almost-ticket to Sapporo — she finally got her ticket. She held it like it was a prize from a game show. She had no idea what half of it meant, but it had the word “Kyoto” and a time.
“I did it!” she said proudly.
The man nodded.
And mumbled something that sounded like:
“Goodo rushu.”
She smiled politely.
And thought: No idea what he just said. But I’m about to travel 320 km/h in the right direction. Unless I end up in the Green Car… with a bento and regrets.
The End.
(Next day: Fie-Trude learns that “unreserved seat” means “standing between two vending machines next to a man eating shrimp crackers at 300 km/h.”)
🇧🇪Titel: Shinkansen-Shock en de Mompelmuur
Fie-Trude had besloten: vandaag ging ze met de Shinkansen. De supersnelle trein. De trots van Japan. Sierlijk, efficiënt, en sneller dan haar gedachten op na twee glazen wijn.
Ze arriveerde in het treinstation van Tokio, waar alles flitste, piepte, en bewoog met een snelheid die haar deed twijfelen of ze misschien per ongeluk al op de trein zat. Overal borden, overal mensen. En daar, in een glazen hokje met fel TL-licht: de kaartjesverkoper.
Ze schuifelde naar het loket.
“Hello,” zei Fie-Trude, opgewekt en vriendelijk. “I would like one ticket to Kyoto. On the fast train.”
De man knikte.
Toen sprak hij.
Of tenminste… dat dacht ze.
Wat Fie-Trude hoorde, was:
“Huh-muh-shinka-hmmm…resabato…chi-hhhhffff-ffff… okay?”
Onder een mondmasker dat de helft van zijn gezicht bedekte en de andere helft in mysterieuze nevel hulde.
Ze glimlachte. “I’m sorry, what?”
Hij herhaalde het, iets trager, iets luider.
Maar nog steeds klonk het alsof hij sprak door een aquarium gevuld met sojasaus.
Er verscheen een klein papiertje onder het loket.
Daarop stond:
「予約?」
Ze keek hem aan. Hij keek haar aan.
Zij dacht: Is dat het ticket? Is het een quiz? Moet ik iets antwoorden?
Ze probeerde: “Yes?”
Hij knikte uitbundig, tikte driftig op zijn toetsenbord, en draaide zijn scherm naar haar toe. Daarop een doolhof aan treinopties, tijden, hokjes, stoelen, en de mysterieuze zin:
Green Car: Yes/No?
Fie-Trude dacht: Groene auto? Is dat ecologisch? Of krijg je dan matcha?
“Euh… No?”
De man keek teleurgesteld, maar klikte verder.
Vijf minuten later — na veel geknik, gegiechel en een moment waarop ze per ongeluk bijna een ticket naar Sapporo had gekocht — kreeg ze haar ticket. Ze keek er trots naar, alsof ze net haar rijbewijs had gehaald in het Japans.
“I did it!” riep ze blij.
De man knikte.
En mompelde iets wat klonk als: “Goodo rushu!”
Ze lachte vriendelijk.
En dacht: Geen idee wat hij net zei. Maar ik ga nu 320 km per uur recht vooruit en niemand die me nog tegenhoudt. Behalve misschien het toilet met knopjes.
Einde.
(Volgende dag: Fie-Trude leert het verschil tussen “reserved seat” en “standing in between two vending machines.”)

Leave a comment