
It was the depths of winter in Iceland, and Fie-Trude had let her group head off to an ice cave. Her reasoning? Why crawl into a freezer when you can simmer in a hot spring?
While the others got stuck somewhere between frozen rocks and a GPS that suddenly thought it was a compass from 1843, Fie-Trude was blissfully floating in a steaming hot spring — alone, peaceful, and surrounded by mist so thick even her thoughts began to condense.
But then…
Pling! Her hair started to freeze. Literally. Each hairlock stuck up like a bewitched hairbrush. Her towel, which she had strategically placed over a rock, had by now turned into a stiff, icy tortilla.
Then, out of the Icelandic mist, appeared a man in a wool sweater, thick boots, and eyebrows that looked like moss clinging to lava stones.
He stood still, stared at Fie-Trude in her steaming pool with icicles forming on her head, and said dryly,
“I thought tourists usually got stuck in buses, not in geothermal soup.”
Fie-Trude smiled, her face by now the only warm part of her body. “Coincidence,” she said, “or just excellent instinct.”
Without blinking, the Icelander pulled a dry towel from his backpack — “always carry an extra, in case a geyser spits someone out,” he explained — and saved the day.
She knew it then: the others would be evacuated shivering, but she had found Iceland’s true treasure.
Not the ice caves, not the hot spring…
but the warmest northerner she had ever met.
🇧🇪 IJsland en het Stomende Wonder
Het was diep winter in IJsland en Fie-Trude had haar groep laten vertrekken naar een ijsgrot, want, zo dacht ze: waarom zou je vrijwillig een vrieskast binnengaan als je ook kunt sudderen in een hete bron?
Terwijl de rest zich ergens vastreed tussen bevroren rotsen en een GPS die ineens dacht dat het een kompas uit 1843 was, lag Fie-Trude poedelgelukkig in een stomende hot spring — alleen, vredig en omringd door damp zo dik dat zelfs haar gedachten begonnen te condenseren.
Maar dan…
Pling! Haar haar begon te bevriezen. Letterlijk. Elke lok stak stijf de lucht in als een behekste haarborstel. Haar handdoek, die ze strategisch over een steen had gelegd, veranderde intussen in een stijve, ijsachtige tortilla.
Toen verscheen, als uit een IJslandse mist, een man in wollen trui, dikke laarzen en met wenkbrauwen die net als het mos op lavastenen leken te leven.
Hij bleef staan, keek naar Fie-Trude in haar stomende poel met ijspegels op het hoofd, en zei droog:
“Ég hélt dat toeristen normaal in bussen bleven vastzitten, niet in thermische soep.”
Fie-Trude glimlachte, haar gezicht inmiddels het enige warme deel van haar lichaam. “Toeval,” zei ze, “of een goed werkend instinct.”
De IJslander haalde zonder blikken of blozen een droge handdoek uit zijn rugzak — “altijd eentje extra, voor het geval een geiser iemand uitspuwt” — en redde de dag.
Ze wist het zeker: de rest zou straks bibberend worden geëvacueerd, maar zij had de ware schat van IJsland gevonden.
Niet de ijsgrotten, niet de hot spring…
maar de warmste noorderling die ze ooit had ontmoet.
Leave a comment